Mona Lisa – Het verhaal achter het schilderij 

Mona Lisa. Dat is de naam van waarschijnlijk ‘s werelds meest beroemde schilderij. 

Het kunstwerk is geschilderd door een eveneens wereldberoemde kunstenaar, Leonardo Da Vinci, en heeft een grootte van 77 bij 53 cm. De grootte verrast de meeste mensen meestal wanneer ze het schilderij in het echt zien. Het is namelijk eigenlijk een relatief klein schilderij.

Leonardo Da Vinci begon aan het kunstwerk in 1503 in Florence, Italië, en werkte er in totaal maar liefst 3 jaar aan. Het schilderij werd gemaakt in opdracht van de Italiaanse zakenman Francesco Del Giocondo en zou een portret zijn van zijn vrouw Lisa Gherardini. Vandaag de dag is het schilderij bekend als ‘’Mona Lisa’’, omdat Mona een samenvoeging is van Madonna, wat ‘’my lady’’ betekent.

Hoewel ‘’Mona Lisa’’ een schilderij in opdracht was, kreeg Del Giocondo het nooit overhandigd. Deels omdat Leonardo, ondanks dat hij al minstens 3 jaar af en aan eraan werkte, nooit vond dat het af was. 

In 1516 werd Leonardo door koning Francis uitgenodigd om op het kasteel van de koning, Clos Lucé, te komen werken. Leonardo bracht zijn Mona Lisa mee en heeft hier waarschijnlijk verder gewerkt aan het schilderij. Leonardo werkte hier tot zijn dood in 1519. De Mona Lisa was toen nog in zijn bezit. Na zijn dood erfde Leonardo’s assistent, Salai, de Mona Lisa, samen met Leonardo’s andere kunstwerken. 

Koning Francis kocht het schilderij voor een bescheiden bedrag en bewaarde het in zijn kasteel in Fontainebleau, tot Louis de XIV het verplaatste naar het kasteel van Versailles. Hier bleef het tot de Franse Revolutie aan het einde van de 18e eeuw. Vervolgens werd het verplaatst naar het wereldberoemde museum het Louvre, waar het vandaag de dag nog hangt. Het schilderij heeft echter tussendoor een paar uitstapjes gemaakt. 

Het bekendste uitstapje was toen het schilderij gestolen werd in augustus 1911. Op 21 augustus kwam een kunstenaar ’s ochtends in het museum, en zag dat het schilderij niet meer aan de muur hing. De kunstenaar informeerde de bewakers, die dachten dat het schilderij meegenomen was om te fotograferen voor commerciële doeleinden. Een paar uur later realiseerden de bewakers en het museum zich wat er echt gebeurd was. De Mona Lisa was gestolen. Het Louvre werd een week lang gesloten terwijl een groot onderzoeksteam ter plaatse zocht naar sporen.  

De Franse dichter Guillaume Appollinarie werd verdacht en aangehouden, en zijn vriend Pablo Picasso werd ook ondervraagd. Beiden werden echter vrijgesproken door de politie. 

Het zou twee jaar duren voordat het schilderij weer opdook. Een werknemer van het Louvre, genaamd Vincenzo Peruggia, had het schilderij gestolen. Hij was in de loop van de dag naar het museum gegaan, had het schilderij gepakt en opgeslagen in een kast. Na sluitingstijd had hij het onder zijn jas verstopt en mee naar buiten gesmokkeld. 

Peruggia was een Italiaanse patriot, die vond dat de Mona Lisa thuishoorde in een Italiaans museum, omdat het geschilderd was in Firenze. Later bewijs wees er echter op dat Peruggia door Eduardo de Valfierne opgedragen werd het schilderij te stelen. De Valfierne gaf vervolgens een kunstenaar de opdracht, die vervolgens een kunstenaar zes kopieën liet maken om in de Verenigde Staten te verkopen als de originele, gestolen Mona Lisa. 

Het originele schilderij bleef echter de hele tijd in Peruggia’s appartement in Italië. Na twee jaar probeerde Peruggia de Mona Lisa te verkopen aan de directeur van galerie Uffizi in Firenze. Als gevolg hiervan werd Peruggia gearresteerd door de Italiaanse politie. De Mona Lisa werd vervolgens twee weken lang in Uffizi vertoond, waarna het teruggegeven werd aan het Louvre in Frankrijk. Peruggia kreeg een gevangenisstraf van 6 maanden in Italië, waarna hij werd vrijgelaten en geprezen werd voor zijn patriottisme.  

De diefstal van de Mona Lisa is eigenlijk de reden dat het schilderij vandaag de dag zo bekend is. Vóór de diefstal waren niet veel mensen buiten de kunstwereld bekend met het werk, maar als gevolg van de diefstal schreven kranten van over de hele wereld over de Mona Lisa. 

Behalve diefstal, is het schilderij ook meerdere malen het doelwit van vandalisme geweest. In 1556 werd een deel van het werk beschadigd toen iemand er zuur op gooide. Datzelfde jaar gooide iemand anders een steen op het kunstwerk. Als gevolg daarvan werd de Mona Lisa achter glas geplaatst. Dit voorkwam schade toen een vrouw in 1974 rode verf op het schilderij spoot, en ook in 2009, toen een Russische vrouw een kop thee erop gooide. De schade van de eerste twee beschadigingen werd met goed resultaat hersteld. 

In 1962-1963 ging de Mona Lisa op een wereldtournee en werd het in veel verschillende musea tentoongesteld. Voorafgaand aan de tournee werd het schilderij geschat op een waarde van ca. 100 miljoen dollar. De tournee was een groot succes en miljoenen mensen bezochten de musea om de Mona Lisa te kunnen bewonderen. Vandaag de dag wordt het schilderij geschat op een waarde van 0,7 miljard euro. Dat maakt de Mona Lisa tot het meest kostbare schilderij in de wereld. 

Het Louvre heeft momenteel geen plannen om het schilderij te verkopen.